Wat voor Buur ben jij?

Project in ontwikkeling

Wat is er aan de hand?

In veel gemeenten in Nederland zijn er wijken en buurten met veel sociale huurwoningen. Deze woningen zijn in bezit van woningcorporaties. Ook in Leiden. Deze woningen worden steeds vaker bewoond door mensen die kwetsbaar zijn.
Dit komt door woningtekort en omdat ouderen en mensen met fysieke en/of geestelijke en mentale beperkingen of problemen langer zelfstandig blijven wonen.
Het is daardoor moeilijker voor alle bewoners om een goede buur te zijn voor elkaar. Want, hoe ga je met elkaar om als je elkaar niet goed begrijpt? En wie kun je helpen als niet één buur daarom vraagt, maar er veel meer buren hulp nodig hebben? Hoe kun je een goede buur zijn als je zelf meerdere baantjes hebt naast de zorg voor je kinderen, ouders en grootouders?

Foto van buren activiteiten

Dit is niet alleen een landelijke trend; Peen en Ui ervoer het ook toen we afgelopen herfst voor Woningstichting Ons Doel Herfstontmoetingen organiseerden in twee buurten waar zij woningen verhuurt. Tijdens deze Herfstontmoetingen stond de vraag “ Hoe is het om hier te wonen?” centraal. Gelukkig waren de meeste bewoners aardig tevreden met hun woning en hun buurt, maar er waren ook zorgen.
Bewoners vertelden zich zorgen te maken over de veranderingen in de samenstelling van de bewoners in hun buurt. Peen en Ui hoorde hier verschillende verhalen over. Zo vertelden ze dat bewoners graag hun buren beter zouden willen leren kennen, maar ze vonden het soms moeilijk hen aan te spreken, omdat ze zo verschillend zijn. Ook wilden bewoners graag hun buren helpen maar ze wisten niet goed hoe. Hierdoor ontstonden conflicten waardoor het burencontact eindigde of bewoners begonnen maar liever niet aan burencontact.

Voor de bewoners had dit een negatieve invloed op hun woongenot. Voor de woningcorporatie betekent dit dat het aantal hulpvragen groeit.

Waar willen we naartoe?

Vroeger was de situatie anders. Allereerst waren er meer overeenkomsten tussen bewoners. De meeste bewoners kwamen uit dezelfde cultuur en hadden dezelfde achtergrond. Dat maakte dat de regels over hoe je met elkaar omging voor iedereen duidelijk waren. Je zegt gedag, als je een praatje houdt duurt dat niet langer dan een minuutje, we maken een afspraak met elkaar als we elkaar willen ontmoeten, en als je verhuist stel jijzelf je aan je buren voor.
Bovendien waren mensen allemaal ongeveer op hetzelfde moment thuis. Iedereen at ongeveer op hetzelfde moment en in het weekend werden zaterdags de boodschappen gedaan en de auto gewassen, en zondags ging men naar de kerk.

Foto van schets voor Buren activiteit


Vrouwen waren meestal overdag thuis met de kinderen en hadden tijd om zich met andere buren druk te maken over de buurt en hoe die eruit zag, of tijd voor een bezoekje aan een zieke buurvrouw. Als je een geestelijke, mentale of fysieke beperking had woonde je meestal ergens anders.
Deze ongeschreven regels zijn lang niet altijd meer van toepassing, waardoor het moeilijker is om dit contact te maken. De oude rituelen werken niet altijd meer.

“Zou het niet mooi zijn als we iets kunnen ontwerpen wat buren de gelegenheid geeft hun eigen omgangsrituelen te maken? Met één of meerdere hulpmiddelen die helpen het burencontact (weer) soepel te laten verlopen?

Daar wil Peen en Ui mee aan de slag”.

Foto van bespreking buren activiteit

Wie helpt dit?

Wij denken dat dit verschillende partijen kan helpen. Als eerste helpt het natuurlijk de bewoners van de buurt. Het helpt buren die kwetsbaar zijn een plek te krijgen in hun buurt, het helpt bewoners zich positief te verhouden tot buren met verschillende kwetsbaarheden.

Als tweede helpt het de woningcorporatie. Voor hen is het prettig als buren het onderling goed kunnen vinden. Daardoor wordt het makkelijker voor buren elkaar aan te spreken op overlast. Zo hebben ze de woningcorporatie daar minder voor nodig. Bovendien zou het kunnen, dat als buren elkaar makkelijker spreken, de verschillende wensen en behoeften door bewoners zelf kunnen worden opgepakt.

Als derde zou het welzijn- en zorgpartners kunnen helpen. Zij zouden een dergelijk instrument kunnen gebruiken om de bewoners die zij begeleiden te helpen met een goede plek in te nemen in de buurt. Als hun clienten zich goed voelen in hun wijk, kunnen zij in de begeleiding zich richten op andere zaken.

Wat gaan we doen?

Om dit voor elkaar te krijgen willen we in de komende periode aan de slag met ontwerpend onderzoek, waarbij de vraag “Wat heb je nodig om een goede buur te zijn en wat zou daarbij kunnen helpen?” centraal staat.
Dit onderzoek doen we in dezelfde twee buurten als waar we eerder de Herfstontmoetingen organiseerden. Deze bewoners zijn met ons bekend en al bekend met dergelijke vragen.

Daar gaan we verschillende manieren voor gebruiken:

We verspreiden dagboekjes onder minimaal 10 wijkbewoners per buurt. In deze dagboekjes staan verschillende vragen en oefeningen om bij te houden hoe de bewoners op dit moment contact hebben met hun buren. Daarnaast staan er vragen en oefeningen in om bewoners te laten nadenken over hoe zij het contact met de buren het liefste zouden willen. Deze dagboekjes houden de bewoners één week bij.

We organiseren informele bijeenkomsten waarbij we spelenderwijs met bewoners aan de slag gaan met de onderzoeksvraag. Hier zijn de bewoners die het dagboekje bijhouden voor uitgenodigd én andere geïnteresseerde bewoners.

Samen oefenen met je buren aanspreken: Nu wordt gevraagd aan bewoners die de woningcorporatie bellen met een klacht over de buren: “Probeer het eerst eens zelf”.
Als die bewoner dat niet durft, gebeurt er niets en lopen spanningen soms te lang op. Wat als we een periode eens zeggen: “Ik ga een keer mee, maar als het goed verloopt doet u het de volgende keer zelf samen met uw buur”. De ervaringen hierbij helpen bij het antwoorden van de onderzoeksvraag.

Het onderzoek wordt gevolgd en aangekondigd in het magazine van Ons Doel. Een extra versie van het magazine staat volledig in het teken van het ontwerpend onderzoek.

Het proces wordt gemonitord door partners uit de gezondheidszorg en welzijn.


Met de resultaten van dit onderzoek wordt de ontwerpvraag uitgewerkt en dit vormt de basis voor het projectplan voor het vervolg, waarin we tools en methoden om burencontact makkelijker te laten verlopen, gaan ontwerpen.

Wie doen er mee?

De bewoners van deze twee buurten in Leiden spelen een heel grote rol. We vragen aan hen hun ervaringen en wensen te delen.

Foto van buren activiteit

Peen en Ui en Woningcorporatie Ons Doel zijn elkaars directe partners voor dit ontwerpend onderzoek. Een eerder gezamenlijk project “Herfstontmoetingen” vormt de aanleiding hiervoor. Er zijn echter meer organisaties waar we graag mee willen samenwerken. Zij zijn zichtbaar in de afbeelding, in de kleinere bollen. Deze organisaties willen we vragen een rol te spelen in het bereiken van bewoners en bij de monitoring van het proces. We vragen aan hen advies over de formulering van vragen en opdrachten in de dagboekjes en bij het interpreteren van de data.
Met een aantal gewenste partners hebben zowel Peen en Ui als woningcorporatie Ons Doel al warme contacten.
Wij zijn van mening dat welzijnspartners en sociale wijkteams van Leiden van grote waarde zijn voor ons onderzoek.

Ook de Thuiszorg zou een rol kunnen hebben in dit proces. Met hen hebben we nog geen contact. Die zullen we gedurende het proces proberen te betrekken.

Hoe monitoren we?

Een goede voorbereiding en een goede verwerking van de resultaten van de acties die we gaan ondernemen is cruciaal. Daar gaan wij samen met partner Ons Doel ons uiterste best voor doen.

Allereerst zal Peen en Ui met bewoners in contact blijven over de manier waarop we hen benaderen. Zij krijgen daarbij ruimte om aan te geven hoe dat het beste werkt.

Herfstontmoetingen, Peen en Ui 2019

We vragen de hulp van de verschillende organisaties die betrokken zijn bij het begeleiden van bewoners en die beroepsmatig verantwoordelijkheid nemen voor de leefbaarheid van de wijk. We proberen een team van betrokkenen te formeren die bij het vormgeven van de acties en vlak na de acties bij elkaar komt.

Bij het verzamelen en bij het verwerken van de onderzoeksgegevens vragen we de hulp van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Leiden. Er is al contact met hen gelegd, in verband met het programma Leren met de Stad van de Universiteit Leiden. In dat programma wordt onderzoek van de Universiteit Leiden gekoppeld aan initiatieven in de wijken van Leiden.